Roel van Dorst, klantmanager bij de afdeling Werk en Inkomen van Gemeente Goirle, zag steeds vaker inwoners die vastliepen. “Natuurlijk waren er zichtbare problemen zoals schulden, scheidingen of verslaving”, vertelt hij. “Maar we merkten dat er regelmatig een psychische kwetsbaarheid onder zat. Alleen: daar kwamen wij als gemeente niet goed bij. Wij zijn geen ervaringsdeskundigen en mensen vertellen ook niet altijd meteen wat er écht speelt.”

Vanuit het landelijke programma Hoofdzaak Werk ontstond het idee om ervaringsdeskundigheid in te zetten binnen gemeenten. Herstelacademie De Kiem werd gevraagd om samen met gemeenten een pilot op te zetten. Gemeente Goirle deed als eerste mee. “We dachten: hier moeten we iets mee”, zegt Roel. “Niet omdat wij ons werk niet goed doen, maar omdat een ervaringsdeskundige een totaal andere rol heeft.”

Een andere ingang

Die rol vervult Patricia Vermeulen. Als ervaringsdeskundige voert zij gesprekken met inwoners die vastlopen in hun leven en daardoor moeite hebben om mee te doen in de samenleving. “Als gemeente heb je te maken met regels en verplichtingen. Dat geeft automatisch een bepaalde afhankelijkheid”, legt Patricia uit. “Ik heb die rol niet: ik beslis bijvoorbeeld niets over hun uitkering. Daardoor ontstaat er ruimte om eerlijk te vertellen wat er écht aan de hand is.”

De gesprekken beginnen vaak klein. Soms bij de vraag of iemand nog buiten komt. Of hoe iemands netwerk eruitziet. Daarbij werkt Patricia herstelgericht, onder andere met het KBS-model: Kwetsbaarheid, Bescherming en Stress. “We kijken eerst: waar staat iemand nu? Wat ervaart iemand zelf als probleem? Wat helpt en waar zit stress? Door die insteek ontdekken mensen dat ze wel degelijk invloed hebben op hun situatie. Vanuit daar proberen we samen kleine beweging te maken.”

Vertrouwen als beginpunt

Roel ziet duidelijk verschil bij inwoners die met Patricia spreken. Sommige mensen houden in eerste instantie juist afstand van de gemeente of gesprekken rondom werk en inkomen. “Dan zeg ik soms: ga gewoon eens met Patricia praten”, vertelt hij. “Zij begrijpt je écht.”

Hij noemt een inwoner die jarenlang steeds opnieuw vastliep. “Met ons kwam hij moeilijk in gesprek. Maar door te praten met Patricia kreeg hij meer inzicht in zichzelf en ging hij anders naar zijn situatie kijken. Uiteindelijk maakte hij zélf een afspraak met mij om te vertellen wat hij had bereikt en waar hij mee had geoefend. Zo mooi! Dat is precies wat de gemeente met deze pilot wil bereiken.”

Kleine stappen, grote impact

Binnen de pilot draait het nadrukkelijk niet alleen om betaald werk. Volgens Patricia zijn de eerste stappen vaak veel fundamenteler. “De stap van thuiszitten naar weer naar buiten gaan is soms groter dan de stap van vrijwilligerswerk naar betaald werk”, zegt ze. “Mensen verliezen in ontwrichting vaak ook hun zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde. Dan begin je niet met vacatures. Dan begin je met hoop.”

Ook Myra Lennarts, projectleider vanuit Herstelacademie De Kiem, benadrukt dat meedoen belangrijker kan zijn dan betaald werk. “Natuurlijk willen gemeenten mensen richting werk helpen”, zegt ze. “Maar er is ook een groep die daar misschien nooit meer volledig naar terugkeert. Als mensen zichzelf beter staande kunnen houden, minder zorg nodig hebben en weer kunnen participeren, dan is dat óók enorme winst.” Dat kan betekenen: een dagstructuur opbouwen, activiteiten in de wijk bezoeken of simpelweg weer contact maken met anderen.

Ruimte voor herkenning

Vanuit haar eigen ervaringen uit het verleden weet Patricia hoe moeilijk het is als je buiten de samenleving komt te staan. “Juist daarom hoop ik dat mensen zich na een gesprek met mij gezien en gehoord voelen. Dat ze merken: ik ben niet de enige, ik heb zelf invloed en er is wel degelijk perspectief.”

De drie hopen dat andere gemeenten zich door deze pilot laten inspireren. “Dit werkt”, zegt Myra. “Omdat mensen voelen dat ze écht begrepen worden. En omdat herstel niet alleen draait om werk, maar om weer mee kunnen doen.”