Matthijs (37) omschrijft zichzelf als ‘een beetje een nerderig typje’. Hij houdt van verhalen, luistert graag naar wetenschapspodcasts, maakt graag schuine grappen en werkt in de ICT. Hij is heel analytisch aangelegd, maar jarenlang zat hij vooral vast in zijn hoofd. “Zelfs post openmaken voelde alsof ik van een klif moest springen zonder parachute.”
Die angst komt niet uit het niets. Toen Matthijs opgroeide, kreeg hij te maken met ernstig pestgedrag, geweld en mishandeling. Hij ontwikkelde zware PTSS. “Dat beïnvloedde mijn hele leven. Ik durfde op een gegeven moment helemaal niks meer. Daarom kreeg ik medicatie. Maar op den duur was ik daarvan zó onder invloed dat ik niet eens meer wist welk jaar het was of hoe ik heette.”
Exit medicatie
Door een klunzige samenloop van omstandigheden stopt Matthijs eigenlijk noodgedwongen met zijn zware medicijnen. “De ironie is: die situatie was niet fijn, maar heeft me uiteindelijk heel veel gebracht. Die medicatie was zo zwaar dat ik in zombiemodus verkeerde, ik leefde in een waas. Toen ik stopte, werden mijn gedachten weer helder. Het was alsof ik wakker werd na een slaap van zeven jaar. En met mijn PTSS was ik nog geen meter opgeschoten.”
Zijn vertrouwen in de zorg had een enorme knauw gekregen, het duurt jaren voor hij weer met iemand durft te praten. “In de tussentijd heb ik vooral ontzettend met mezelf gevochten. Maar ik wist dat ik hulp nodig had. Uiteindelijk durfde ik naar mijn oud-begeleiders van RIBW Brabant toe te stappen. Met hen had ik goede ervaringen, en dankzij hen heb ik het vertrouwen weer teruggevonden.”
Stap voor stap herstellen
Matthijs was heel onzeker over wie hij was en waar hij stond in het leven. Dus die eerste stap terug naar begeleiding was een hele dappere. Wat herstel volgens Matthijs zo moeilijk maakt: alles is nieuw. “Hoe bouw je een sociaal leven of een romantische relatie op als je dat nooit hebt gehad? Hoe leer je werken, als je nooit hebt gewerkt?”
Hoewel hij het liefst álles tegelijk had aangepakt, helpen zijn begeleiders hem geleidelijk doortonwikkelen. Door samen de post open te maken, tot hij het zelf doet. Door het groeten van de buurman tijdens een wandelingetje in de buurt, om te oefenen met sociaal contact. En door het vertrouwen van mensen die blijven.
Die beren mogen gewoon op de weg blijven staan
Een belangrijk ijkpunt in het herstel van Matthijs is wanneer hij beseft dat hij niet alle obstakels eerst hoeft op te lossen. “Ik zag extreem veel beren op de weg. En ik dacht: die beren moeten allemaal weg voordat ik een stap vooruit kan doen. Maar sommige beren gaan niet weg. Daar moet je tussendoor stappen. Of juist de confrontatie mee aangaan. Ik ben mijn angsten meer onder ogen gaan zien.”
Een groot contrast
Vanaf dat moment boekt Matthijs grote vooruitgang. Na een periode met meer begeleiding, is de laatste jaren vooral nog een subtiele vinger aan de pols nodig. “Vier jaar geleden kwam ik nauwelijks buiten. Nu werk ik 25 uur per week en doe ik daarnaast een hbo-opleiding. Ik eet gezond, sport zo’n tien uur per week – terwijl ik daar eigenlijk niks aan vind – en ben dit jaar 36 kilo afgevallen. Sindskort heb ik een relatie.” Hij lacht: “Van complete kluizenaar naar… nou ja, half functionerend, zeg ik altijd. Maar dat is misschien wat bescheiden.”
Wat hem helpt? Doorzettingsvermogen. Vertrouwen van anderen én zichzelf. En misschien nog wel belangrijker: accepteren wie hij is. “Ik ben niet ‘normaal’ opgegroeid, heb heftige dingen meegemaakt. Dat is nu eenmaal zo. Maar ik kies ervoor om níet in de slachtofferrol te blijven hangen. Als ik getriggerd word, kan ik daar nu beter mee omgaan dan vroeger. Misschien ben ik soms een beetje een weirdo, maar dat is wie ik ben. En dat is prima. Take it or leave it.”
Een rooskleurige toekomst
Na tien jaar stopt binnenkort zijn begeleiding van RIBW Brabant. Dat kan, omdat het goed met Matthijs gaat. “Ik had ambitieuze doelen. Die heb ik behaald én steeds verder opgeschoven. In het begin had ik al genoegen genomen met minder angsten. Maar hoe verder de mist in mijn hoofd optrok, hoe meer ik van de horizon zag. En hoe meer ik dacht: oké, ik kan nog veel meer bereiken! Vroeger had ik nooit gedacht dat ik zou komen waar ik nu ben. Mijn begeleiding was al flink afgeschaald, maar lang zei een klein stemmetje in mijn hoofd dat ik dat ‘vangnet’ van begeleiding wel nog nodig had. Ik merk nu dat ik zonder kan. Als het even moeilijk wordt, dan kom ik er ook zelf weer uit.”
En misschien is dat wel de grootste winst: “Mijn toekomst was gitzwart. Nu is die… ja, wat is het tegenovergestelde? Helder wit? Rooskleurig? Gewoon goed. En als ik iemand iets kan meegeven: blijf altijd in jezelf en je toekomst geloven. Je kan meer bereiken dan je denkt.”
Karin van der Sangen, al vijf jaar de herstelcoach van Matthijs, is trots: “Zijn drive om er iets van te maken was en is enorm groot. Daardoor overvroeg hij zichzelf in het begin ook. Hij kon aanvankelijk niet voldoen aan zijn eigen verwachtingen. En dat bevestigde voor hem: zie je wel, ik kan het niet. Maar het is knap hoe hij zijn angsten onder ogen ziet. Hij dook wel eens weg, maar dat was uit pure angst. Niet omdat hij laconiek of lui is. En kijk waar hij nu staat!”
Ervaringsdeskundige Yvonne vult aan: “Voor Matthijs was alles zo beangstigend, dat hij heel goed werd in uitstellen, zijpaadjes vinden, dingen vermijden. Daar hebben we het veel met elkaar over gehad. Als begeleiders hebben we altijd hoop voor hem gehouden, ook als hij het zelf even niet meer zag zitten.”