Op de vraag om zijn verleden te omschrijven, antwoordt Jurgen (54): “100 jaar in 38 jaar. Iemand die 100 is, heeft veel meegemaakt, bij mij is dat in een veel compactere tijd gebeurd.” Het gaat nu goed met hem, maar hij is van ver gekomen. “Ik heb een flinke deuk opgelopen, en hard gevochten om weer terug te komen.”

In zijn jeugd heeft Jurgen alles goed op een rijtje. Hij volgt een studie in de detailhandel, loopt stage en is veel bezig met zijn grote hobby tekenen. Maar als zijn moeder overlijdt, verandert dat. “Van de ene op de andere dag ben ik alles verloren. Met mijn vader had ik geen contact, dus ik was op mezelf aangewezen.”

Jurgen verliest de controle. “Ik vond een huis en wilde mijn leven wel weer opbouwen, maar dat lukte niet. Al mijn stabiliteit was weggevallen. Ik was niet bezig met leven, maar met overleven. Door trauma’s was er iets geknapt.”

Eén grote steun

In deze onzekere periode is er één iemand op wie hij terug kan vallen: zijn oom. “Vroeger noemde hij mij altijd Japie, daarom ging ik hem Geppetto noemen zoals in Pinokkio. Ik kon hem altijd bellen en hij kwam me ook regelmatig ophalen, bijvoorbeeld om mij naar mijn werk te brengen. Hij werd mijn houvast, mijn tweede vader.” Zijn oom is ook de sleutel naar herstel. “Op een gegeven moment kon ook hij mij niet meer helpen. Hij schakelde professionele hulp in. Hij bracht me zelfs weg toen ik in 1992 werd opgenomen bij de GGZ, ik was toen 19.”

“In het begin dacht ik ‘wat doe ik hier’. Ik kende alleen beelden van de psychiatrie van televisie, en die maakten me bang. Hier wilde ik niet zijn.” Er wordt vastgesteld dat Jurgen worstelt met psychoses. “Ik kreeg veel medicatie en voelde me helemaal iemand anders. Ik leefde echt in een roes.”

Terug naar nul

In de periode die volgt, krijgt Jurgen nog meer klappen te verwerken. Zijn oom – zijn grootste steun en toeverlaat – overlijdt. “Hij was alles voor mij. En dankzij hem zat ik op een veilige plek bij de GGZ.”

Toch geeft hij niet op, hij pakt door. Via de GGZ komt Jurgen in 1997 bij RIBW Brabant terecht. “Een mooie volgende stap in mijn herstel, was het idee. Maar dat liep niet volgens plan. Ik raakte betrokken bij een heftig ongeluk. Ik weet er bijna niets meer van, maar het had weinig gescheeld of ik had mijn been verloren. Ik ben 17 keer geopereerd en heb lang in coma gelegen. Mijn been is er nog, maar ik moest wel wéér opnieuw beginnen.”

De weg naar herstel

Een jaar lang werkt Jurgen 24/7 aan zijn revalidatie. Daarna keert hij weer terug bij RIBW Brabant. “Ik kon gelukkig weer terugkomen. Ze hadden al die tijd een plekje voor me vrijgehouden. Nu woon ik hier in Oisterwijk samen met nog een aantal cliënten.” Zijn persoonlijke begeleider Lotte monitort hoe het met Jurgen gaat en zorgt dat hij zijn verhaal kwijt kan. Maar hij doet vooral ook veel zelf. “Ik wilde mijn angsten zelf overwinnen en niet altijd meteen teruggrijpen op begeleiding of medicatie. Dat deed ik bijvoorbeeld door bewust de drukte op te zoeken. Ook al voelde ik me dan bang, ik pushte mezelf om daar doorheen te gaan. RIBW Brabant was altijd mijn vangnet om te blijven bouwen aan mezelf.”

Een nieuw leven

Via RIBW Brabant gaat Jurgen weer aan het werk: 2,5 dag per week in een textielsorteercentrum. Ook zijn oude hobby pakt hij weer op. “Drie jaar geleden ben ik weer gaan tekenen. Het is voor mij geestverruimend. Met aanmoediging van RIBW Brabant deel ik mijn werk nu ook op TikTok en krijg ik iedere woensdag begeleiding van een kunstenares. Vorig jaar heb ik zelfs een expositie gehad. Dat heb ik toch mooi voor elkaar gekregen. Het is voor mij een teken: ik ben er weer.”

Trots

Jurgen kijkt positief naar de toekomst. “Ik hoop dat ik zo door kan gaan. In de toekomst zou ik nog graag meer geld verdienen met mijn kunst en misschien een eigen woning krijgen. Maar ik ben al ver gekomen en daar ben ik trots op. Ik heb bewezen dat ik sterker ben dan het negatieve. Uiteindelijk wil ik naar boven kunnen kijken en zeggen: ‘Bedankt Geppetto, ik heb nooit opgegeven. En mam, het is me gelukt.’”